Wat zijn de afmetingen van een squashbaan?
Een squashbaan is een rechthoekige ruimte van 9,75 meter lang en 6,40 meter breed, met een voormuur, twee zijmuren en een achterwand die vaak van glas is. Op de voormuur staan drie lijnen: de uitlijn op 4,57 meter, de servicelijn op 1,78 meter en de tin tot 0,48 meter. Op de vloer liggen de korte lijn op 4,26 meter van de achterwand, de halve-baanlijn en de twee servicevakken van 1,60 meter. Alle lijnen zijn 5 centimeter breed en horen bij uit.

Een doos van 9,75 bij 6,40
De vier muren doen allemaal mee. De achterwand is vaak van glas en bevat de deur, zodat toeschouwers meekijken en officials zicht hebben op de hele baan. Iedere goede slag moet de voormuur bereiken, en daarom begin je bij het bekijken van een baan altijd daar.
De drie lijnen op de voormuur
- De tin: de metalen strook onderaan, tot en met de onderste lijn op 0,48 meter. Alles wat de tin raakt is fout, en het metaal maakt geluid zodat iedereen het hoort. Bij proftoernooien hangt de tin lager, op 0,43 meter.
- De servicelijn op 1,78 meter. Die telt alleen bij de service: de service moet erboven aankomen.
- De uitlijn op 4,57 meter. Alles op of boven die lijn is uit.
Tussen de tin en de uitlijn zit het vlak waar elke bal op moet komen.

De zijmuren en de achterwand
De uitlijn stopt niet bij de voormuur. Hij loopt schuin omlaag over beide zijmuren en komt op de achterwand uit op 2,13 meter, waar hij horizontaal verder loopt. De baan is dus vooraan hoog en achteraan laag. Een hoge lob die vooraan ruim onder de uitlijn zit, kan achteraan op de zijmuur boven de lijn uitkomen, en dan is hij uit.
De vloer
Over de breedte van de vloer loopt de korte lijn, 4,26 meter van de achterwand. Vanaf het midden van die lijn loopt de halve-baanlijn recht naar de achterwand. Samen verdelen ze de achterste helft in twee gelijke vakken: de kwartbanen, waar de service moet stuiten. De bond noemt zo'n vak ook wel het ontvangstvak.
Aan elke zijmuur, direct achter de korte lijn, ligt een servicevak: een vierkant van 1,60 meter, begrensd door de korte lijn, de zijmuur en twee lijnen op de vloer. Waar de korte lijn en de halve-baanlijn elkaar raken, staat de T. Dat woord komt in de spelregels niet voor, maar op de baan gebruikt iedereen het: van daaruit kun je overal bij. En de hoek waar een muur en de vloer elkaar raken, heet de nick; een bal die daar precies in komt, rolt weg over de vloer.
Alle lijnen zijn uit
Alle lijnen zijn 5 centimeter breed, op de muren en op de vloer, en een lijn hoort bij squash nooit bij het vlak dat hij begrenst. Tijdens de rally spelen de lijnen op de vloer geen rol: je mag overal staan en de bal mag overal stuiten. De vloerlijnen tellen alleen bij de service. De lijnen op de muren tellen altijd, behalve de servicelijn: die geldt alleen voor de service.
De bal en de stippen
Een squashbal is klein, hol en van rubber. Een koude bal stuit nauwelijks, daarom slaan jullie hem voor de wedstrijd samen warm. Hoe warmer de bal, hoe hoger hij stuit en hoe langer de rally's worden. Na een langere pauze sla je hem opnieuw warm. De stip op de bal zegt hoe hij stuit: hoe minder stuit, hoe hoger het niveau waarvoor hij bedoeld is.
| Stip | Voor wie |
|---|---|
| dubbel geel | wedstrijden en toernooien, lange rally's en harde slagen nodig |
| geel | gevorderde clubspelers |
| rood | gemiddelde en beginnende spelers |
| blauw | jeugd en recreanten, stuit ook bij korte rally's |
Begin je net, kies dan blauw of rood; dat raadt de bond ook aan. Een bal gaat mee tot hij ineens veel slechter stuit: knijp erin en je ziet het scheurtje. Neem altijd een reservebal mee.
Racket, bril, schoenen en de deur
Een squashracket is lichter en smaller dan een tennisracket en heeft een lange steel. Het moet aan de maten van de bond voldoen, en elk racket in de winkel doet dat. Probeer er een paar uit voordat je koopt.
De bal is klein, hard geslagen en past precies in een oogkas. De WSF raadt daarom alle spelers een squashbril aan, de hele tijd dat je op de baan bent, ook bij het inslaan. Bij jeugd- en dubbeltoernooien is hij verplicht, en in Nederland is hij verplicht voor spelers onder de 19 in wedstrijden. Een gewone bril is geen squashbril: het gaat om een bril die de klap opvangt.
Je speelt op indoorschoenen met zolen die niet afgeven. De deur is dicht tijdens het spel, en wil je een baan op waar gespeeld wordt, wacht dan tot de spelers je zien. En je legt niets op de baan: geen bidon, geen handdoek, geen reservebal. Je tas blijft buiten de deur.
Situaties op de baan
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Je lob raakt de zijmuur precies op de schuine uitlijn.
Uit, je verliest de rally. Een bal op of boven de uitlijn is uit, ook op de zijmuren en de achterwand.
Jullie beginnen meteen te spelen met een bal die een halfuur in de tas lag. Hij stuit nauwelijks.
De bal is koud. Sla hem eerst samen warm; pas als hij warm nog steeds slecht stuit, knijp je erin om een scheurtje te zoeken.
Je zet je bidon achter het servicevak neer om tussendoor te drinken.
Dat mag niet. Je legt niets op de baan, ook niet met toestemming van de ander; je tas en je bidon blijven buiten de deur.
Veelgestelde vragen over de baan en het materiaal
Hoe groot is een squashbaan?
9,75 meter lang en 6,40 meter breed, met een voormuur, twee zijmuren en een achterwand die vaak van glas is.
Hoe hoog zit de tin bij squash?
Op 0,48 meter op een clubbaan, gemeten tot de bovenkant van de lijn. Bij proftoernooien hangt hij lager, op 0,43 meter.
Hoe hoog zit de uitlijn?
Op 4,57 meter op de voormuur. Over de zijmuren loopt hij schuin omlaag naar 2,13 meter op de achterwand.
Welke squashbal moet ik als beginner kopen?
Een blauwe of een rode. Die stuiten ook bij korte rally's; een dubbelgele bal krijg je als beginner niet warm.
Is een squashbril verplicht?
Voor jeugd- en dubbeltoernooien wel, en in Nederland voor spelers onder de 19 in wedstrijden. De WSF raadt de bril verder iedereen aan, ook bij het inslaan.