Hoe verloopt een squashwedstrijd?
Voor de wedstrijd draaien jullie een racket: wie de toss wint, serveert als eerste. Daarna slaan jullie samen hooguit vier minuten in, met een wissel van kant na twee minuten. Tussen het einde van het inslaan en de eerste service zit hooguit een minuut. Een wedstrijd gaat meestal om drie gewonnen games, met tussen de games een pauze van hooguit twee minuten.
De toss
Met de toss bepaal je wie als eerste serveert. Een speler draait het racket, de andere speler voorspelt welke kant boven komt, en de winnaar serveert. Een kant van de baan is er niet te kiezen, want jullie spelen samen op dezelfde baan naar dezelfde voormuur. Wel kiest de serveerder zelf uit welk servicevak hij de eerste service slaat.
Inslaan: vier minuten samen
Voor de wedstrijd gaan jullie samen de baan op om de bal warm te slaan. Dat heet inslaan en het duurt hoogstens vier minuten; na twee minuten wisselen jullie van kant. Bij een officiële wedstrijd roept de scheidsrechter "half-time" na twee minuten en "time" als de vier minuten om zijn. Op de club houd je het zelf in de gaten. Oudere boekjes noemen nog vijf minuten; de spelregels van 2025 zeggen vier.
Inslaan is iets anders dan opwarmen. Opwarmen doe je zelf voordat je de baan opgaat. Inslaan is voor de bal, en voor het gevoel. Jullie krijgen allebei evenveel kans om te slaan: wie de bal tien keer voor zichzelf houdt, slaat oneerlijk in. Hooguit een paar keer voor jezelf, dan naar de ander.
De pauzes
Tussen het einde van het inslaan en de eerste service zit hooguit een minuut. Tussen de games zit hooguit twee minuten. Aan het eind van een pauze staan jullie klaar, en willen jullie allebei eerder verder, dan mag dat. In de pauze mag je de bal slaan, allebei, zodat hij warm blijft. Bij een officiële wedstrijd roept de scheidsrechter "15 seconds" als er nog een kwart minuut over is.
Best of 5
Een wedstrijd gaat meestal om drie gewonnen games: 3-0, 3-1 of 3-2. Elke game gaat tot 11 punten, en vanaf 10-10 heb je twee punten verschil nodig. Soms speel je best of 3, bijvoorbeeld op een toernooidag met veel wedstrijden; dan zijn twee gewonnen games genoeg. Spreek op de club vooraf af welke vorm geldt.

Kapot materiaal
Breekt je racket, raakt je bril beschadigd of verlies je een contactlens, dan heb je hoogstens twee minuten om het te vervangen, en je doet dat zo snel als je kunt. Zet je reserveracket vlak buiten de deur, want op de baan zelf ligt niets. Gaat de bal kapot tijdens een rally, dan spelen jullie die rally over met een nieuwe bal.
Ziekte, blessure en bloed
Kramp, een blaar, misselijkheid of buiten adem zijn geen blessure: je speelt meteen door, of je geeft de lopende game op en gebruikt de pauze om te herstellen. Bij een echte blessure kennen de regels drie categorieën.
- Eigen schuld, bijvoorbeeld een verstapte enkel of een botsing met de muur: hooguit 3 minuten, daarna doorspelen of de game opgeven.
- Samen veroorzaakt, door een ongelukje van jullie allebei: hooguit 15 minuten.
- Door de ander alleen, per ongeluk: hooguit 15 minuten, en kun je dan niet verder, dan is de wedstrijd voor jou.
Bloed je zo dat het op de ander of op de baan kan komen, dan verlaat je de baan en kom je zo snel mogelijk terug; bij eigen schuld heb je hooguit 5 minuten om het bloeden te stoppen en de wond af te dekken, en de baan wordt schoongemaakt. Wie een game of wedstrijd opgeeft, houdt de punten en games die hij al had. Of je doorspeelt, beslis je altijd zelf.
Coachen alleen tussen de games
Coachen is elke aanwijzing aan een speler, op welke manier dan ook: een roep vanaf de tribune, een gebaar door het glas, een blik op je telefoon tussen twee rally's. Tijdens een wedstrijd mag dat alleen in de pauzes tussen de games. Wie tijdens het spel coaching aanneemt, is zelf strafbaar. Speel je vrij met een vriend, dan spreken jullie zelf af wat jullie prettig vinden.
Situaties op de baan
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Jij wint de toss met het racket. Wat mag je kiezen?
Niets meer: jij serveert als eerste. Een kant van de baan is er niet te kiezen, wel het servicevak waaruit je begint.
Jullie zijn aan het inslaan. Na hoeveel tijd wisselen jullie van kant?
Na twee minuten, en na vier minuten stopt het inslaan. Oudere boekjes noemen nog vijf minuten; de spelregels van 2025 zeggen vier.
Je verstapt je bij een uitval en verzwikt je enkel. Niemand anders was erbij betrokken.
Je hebt hooguit 3 minuten. Daarna speel je door, of je geeft de lopende game op en gebruikt de pauze om te herstellen.
Veelgestelde vragen over de wedstrijd
Wat win je met de toss bij squash?
De eerste service. Een kant van de baan kies je niet, want jullie spelen samen op dezelfde baan.
Hoe lang duurt het inslaan bij squash?
Hoogstens vier minuten, met een wissel van kant na twee minuten. Allebei evenveel slaan hoort erbij.
Hoe lang is de pauze tussen twee games?
Hoogstens twee minuten. Willen jullie allebei eerder verder, dan mag dat, en in de pauze mag je de bal slaan om hem warm te houden.
Mag je tijdens een squashwedstrijd van racket wisselen?
Ja, en je hebt daar hoogstens twee minuten voor. Zet je reserveracket vlak buiten de deur, want op de baan ligt niets.
Mag je coach je tijdens de wedstrijd aanwijzingen geven?
Alleen in de pauzes tussen de games. Tijdens het spel is coachen niet toegestaan, en wie het aanneemt is zelf strafbaar.